n70 wandelroute duivelsberg

N70 wandelroute Nijmegen. De bloederige Duivelsberg.

Op een vrijdag in december werd ik rond 16.00 uur verwacht in Horssen (Gelderland) voor een stilteweekend. Normaalgesproken zou ik dan uitslapen, een boekje lezen en na de lunch in de auto stappen.

Dit keer koos ik iets anders. Ik had zin in een leeg hoofd en daarom besloot ik vooraf een wandelingetje te maken door de omgeving.

Ik zocht een mooie route in de buurt van Horssen uit en vond de N70 wandelroute in het Rijk van Nijmegen.

Sportieve wandeling over 8 ‘bergen’ en door bossen. Met prachtige vergezichten over polders, schilderachtige laantjes en het rivierenlandschap.

Hebbes!

De omschrijving gaf me hetzelfde gevoel wanneer ik op de menukaart het lekkerste hoofdgerecht tegenkom: “Ceviche van zeebaars met een schuim van kokos en limoen.”

Dat kon niet misgaan. Mijn zus was net zo enthousiast over het hoofdgerecht als ik en dus stond ik die vrijdagochtend om 9 uur bij haar op de stoep. Tegen elven kwamen we aan bij het startpunt in Beek.

Het was die dag amper 3 graden en daarom had ik onder mijn jas een dikke trui aan. Onnodig bleek slechts 15 minuten later.

De Sterrenberg was de eerste berg die we beklommen. En bij elke meter die we stegen, steeg mijn temperatuur mee. Na een kwartiertje was het al zo warm dat ik mijn jas uitdeed.

Één berg gehad, nog 7 te gaan. De jas bleef uit.

De Wolfsheuvel en Boterberg volgden. Ploeterend zwoegden we naar boven. Kuiten begonnen te protesteren, wangen te gloeien en ik hoorde een stem in mijn hoofd herhaaldelijk zeggen:

“Wat een onzalig idee! Wie bedenkt dit? Sportieve wandeling? Dit lijkt verdomme wel een bootcamp!

n70 duivelsberg heksendans

Duivelsberg

Halverwege was de Duivelsberg aan de beurt om te overmeesteren. 75 meter omhoog. We werden er stil van, ook de stem in mijn hoofd.

Hijgend bereikten we de top en daarmee ook de beloning. Behalve een mooi uitzicht over een stukje Duitsland, was er ook een bloederig verhaal. Heerlijk.

Graaf Balderik en zijn vrouw Adela woonden lang geleden in een burcht op de Duivelsberg. Misschien werd Adela duivels door de berg of was ze al duivels en is de berg naar haar vernoemd, ze was in ieder geval een bloeddorstig type.

In 995 liet ze haar zus vergiftigen na een ruzie over de erfenis van hun vader.

Zus en ik keken elkaar aan. Gelukkig is onze vader er nog, dacht ik opgelucht. Ik hoop maar dat het haar niet op ideeën heeft gebracht.

Later vergiftigde Adela haar bloedeigen zoon (uit een eerder huwelijk) omdat hij wilde voorkomen dat ze met Balderik trouwde. Tot slot vermoorde ze ook nog Wichman van Vreden, een collega-graaf en aartsvijand.

Ik moet bekennen dat ik gefascineerd ben door verhalen over moord en doodslag.

De meeste tienermeisjes hadden posters van een jongensband boven hun bed hangen. Bij mij hing Peter R. de Vries aan de muur. Ik ben groot fan.

En ik ben niet de enige. Mijn vaders favoriete zender is ID, een crimezender die waargebeurde misdaadverhalen uitzendt. Mijn dochters favoriete podcast is Moordcast.

Erfelijk belast dus.

N70

Goed terug naar de wandeling.

Het was mooi, heel mooi zelfs. In de lente, zomer en herfst is dit een drukbelopen route. Doordeweeks en in de kou was het lekker rustig. Het grootste deel van de route was onverhard en heel goed aangegeven met groene paaltjes.

We gingen op en neer door het bos en kwamen onderweg veel horeca tegen. Er waren schitterende doorkijkjes. De Duivelsberg is ook onderdeel van, het Pieterpad op de etappe van Millingen – Groesbeek.

Groepjes hardlopers waren hun conditie op pijl aan het brengen. Achteraf las ik dat de N70 is uitgegroeid tot een veelgebruikt oefenparcours voor hardlopers, trail lopers en lange afstand wandelaars.

In deze prachtige omgeving kwamen we langs kasten van huizen met een zwembad in de tuin. Er was zelfs een villa in Toscaanse stijl. Gelukkig ben ik niet jaloers aangelegd.

Eerlijk gezegd heb ik een beetje medelijden met ze. Voor zo’n villa moet je heel hard en veel werken. Daardoor zijn die arme mensen nooit thuis om van hun Toscaanse luxe te genieten. Met mijn gewone baan had ik op een doordeweekse vrijdag wel tijd om van hun pracht en praal te genieten.

Zouden ze dat nou zelf ook doorhebben?

Het grote geluk van de lente!

Elk jaar rond de maand maart krijg ik een dikke bonus. En elk jaar word ik daar volledig door verrast. Ik voel me als Dory, de vis met geheugenverlies, in de film ‘Finding Dory’. Want hoe kan iets je verrassen als je elk jaar hetzelfde krijgt?

En toch is het zo.

Dit jaar kreeg ik mijn bonus vroeg, op een zaterdagochtend eind februari.

Ik loop vanuit huis richting de bosjes van Pex.

In Den Haag hebben we meerdere bosjes; de Scheveningse bosjes en de bosjes van Poot. En ‘bosje’ is een briljante naam die de lading volledig dekt. Het is een klein stukje bos in een woonwijk waar je in een kwartiertje doorheen bent.

Al is het klein, voor een stadsmeisje is het fijn.

Meestal loop ik door de bosjes als ik op weg ben naar het strand, maar vandaag heb ik geen plan. Ik loop gewoon waar mijn voeten me brengen. Ik ben nog maar net in de bosjes als me iets opvalt.

Het is druk. Opvallend druk.

Mensen lopen hand in hand, kinderen rennen enthousiast tussen de benen door en ik zie een handjevol oudjes schuifelend achter een rekje.

Bankje

Mijn oog valt op een bankje met gouden gloed en ik voel direct een onweerstaanbare aantrekkingskracht. Mijn voeten wachten niet af en brengen me er heen.

Dankbaar plof ik neer. Mijn ogen vallen als vanzelf dicht. Ik adem uit.

Op de achtergrond hoor ik het doffe geluid van een tennisbal die het racket raakt. Een scheidsrechter blaast op zijn fluitje waarna het gejuich losbarst van de voetbaltoeschouwers.

Paardenhoeven klikken ritmisch langs mijn bankje. Geroezemoes van hondenbezitters die met elkaar in gesprek zijn over hun kroost, bereikt mijn oor.

Vandaag is geroezemoes mijn lievelingsgeluid.

Al deze zaterdagochtendgeluiden klinken mij, na 2 jaar stilte, als muziek in de oren. Als een nummer van Ludovico Einaudi

Terwijl ik op het bankje zit voel ik de zon op mijn gezicht. En daar is ‘ie.

Lente

Bonus

Mijn allang vergeten, dikke, vette bonus!

Want wat is het een magnifiek gevoel om de zon weer voor het eerst op je huid te voelen na een lange winter. Mijn schouders smelten als ijs. De frons tussen mijn wenkbrauwen volgt hun voorbeeld.  

Ik hoor een diepe zucht. Zo’n zucht van echt gevoelde opluchting. Ik kijk om me heen en besef me dat die zucht uit mijn eigen binnenste komt. Hè hè, eindelijk ben ik er. Het voelt als thuiskomen!

Elke winter vergeet ik hoe die eerste zonnestralen voelen en elk voorjaar word ik er weer volledig door verrast. En wat is dat een feest!

Zou ik dit gevoel, als ik later oud en dement ben, met alles hebben? Heeft Johan Cruyff dan weer gelijk met zijn uitspraak “elk nadeel heb zijn voordeel?”

Als mijn dochter me weer eens vraagt:

“Wat is er nou zo leuk aan wandelen?”

Dan weet ik nu mijn antwoord:

“Geen idee, ik zit liever op een bankje in de zon.”

Nu ik hier eindelijk ben, wil ik niet meer weg.  

Lente

Als ik me eindelijk weet los te scheuren van het bankje lukt het me om het bosje uit te lopen. Onderweg zie ik bloembolletjes opkomen. Ze drukken hun gekleurde kopjes uit de aarde.

Het zijn net paaseitjes in het gras, verstopt om gevonden te worden door de kinderen. De knoppen aan de bomen lijken wel lampjes die op het punt staan aan te gaan.

Ik loop langs een grote vijver. De zon weerkaatst op het oppervlak en maakt diamanten in het water.

Een grote witte hond springt onstuimig in het ijskoude water om een tak te halen voor zijn baasje. Ik kan nog net wegspringen als hij bij terugkomst het water uit zijn vacht schudt. Halverwege het schudden springt hij weer de vijver in.

Meteen denk ik terug aan het zwembad in Italië waar ik na een jaar wachten net zo enthousiast het water in spring.

Honden en mensen lijken sprekend op elkaar. Ook hij heeft ook zijn bonus gekregen.

Zon en lente zijn niet alleen een bonus, ze zijn ook een belofte. Een belofte voor alle fijne dingen die nog gaan komen. Zonder jas naar buiten, BBQ-en, wijntjes aan het strand, zwemmen op vakantie.

Het leven is net als de seizoenen. Na winter komt lente, na regen zonneschijn. Oh en wat ben ik toe aan zonneschijn!

wildplanten den haag

Wildplanten. Is dat verboden?

Op social media zag ik een oproep van meerbomennu.nl. Ze hebben als doel om 1 miljoen bomen te planten in 1 seizoen en verzinnen daarom grappige acties. Dit keer gaven ze jonge boompjes weg aan bewoners van Den Haag.

Ik dacht terug aan het filmpje van Beau Miles. Naast troep opruimen tijdens het lopen, plantte hij ondertussen ook bomen. Hij deed het tegelijk.

Hoe cool is dat? Dit was mijn kans. Wat Beau kan, kan ik ook, dacht ik en meldde me aan. Dat Beau ook een marathon liep, liet ik voor het gemak, even buiten beschouwing.

Ik zat verlegen om een partner in crime, dus belde ik mijn broer. Hij was direct enthousiast. Zoals altijd.

Intussen dacht ik aan Beau. Hoe zou hij het vinden dat hij een luie stadsvrouw uit Den Haag heeft geïnspireerd tot het prikken van papier en het planten van bomen tijdens het wandelen?

Rimpeleffect

Beau gooide een steentje in het water in Australië en de rimpels die dat steentje veroorzaakte zijn tot over mijn drempel geklotst.

Grappig eigenlijk. Iedereen veroorzaakt natuurlijk rimpels. Vaak doe je dat onbewust, maar hoe leuk zou het zijn als je wist welke positieve rimpels je hebt veroorzaakt in het leven van een ander? En hoe ver zijn de rimpels gekomen?

Wanneer heb je voor het laatst iets slims gezegd waar iemand veel aan had, iets bijzonder aardigs gedaan of iets moois gemaakt? Misschien heeft degene die jouw rimpel heeft ontvangen hem wel weer verder laten golven.

Goed, Broer en ik reden naar het industrie terrein waar de boompjes werden weggegeven. We volgden de pijlen en aanwijzingen van de vrijwilligers. Auto’s en fietsers kwamen van alle kanten. Het was druk. Zo druk zelfs dat er een file ontstond.

Beau had geen steentje in het water gegooid maar een rotsblok! Of zou het iets te doen hebben met het magische woord gratis?

Wildplanten

Een jonge vrouw in schutkleuren verscheen aan het auto raampje.

“Hoeveel bomen willen jullie?”

“Uh….geen idee eigenlijk”

“Ok, hoe groot is jullie tuin?”

Ik dacht aan mijn balkon van 2 m2 op 2 hoog.

“Nee geen tuin, we gaan wild planten.”

Dat bleek precies het juiste antwoord te zijn. Een brede lach waarin zowel bewondering als aanmoediging te zien was, brak door op het gezicht van de vrouw.

“Doe maar 50 bomen” zei mijn broer.

Als je iets doet, moet je het goed doen.

“Ok, en welke soort bomen wil je?”

We keken elkaar aan. Clueless. Ik weet dat een eik en een kastanje heel groot worden en dat is hoever mijn bomenkennis rijkt.

“Doe maar een mix” zei ik.

We kregen 30 wilgen mee van 150 cm en een mix van hulst, meidoorn en andere bomen waar ik de naam niet meer van weet. Trots reden we het terrein af. De eerste goede daad lag in de achterbak.

Over het vervolg had ik in mijn enthousiasme nog niet goed nagedacht. Want waar raak je die bomen kwijt? Ik zocht op internet of je zomaar een boom mag planten.

Google snapte niet dat ik een boom in het wild ging planten, want hij vertelde me alleen de regels voor bomen in een tuin.

Ik voelde me wat onzeker. In Den Haag is alles gecontroleerd. De groenvoorziening houdt alles netjes bij en planten en snoeien gaat volgens een strak schema. Ik stelde me voor dat er weinig ruimte was voor planten uit de losse pols.

wildplanten den haag

Uitdaging

Wildplanten werd dus een uitdaging. Zeker omdat ik wilde dat ze zouden uitgroeien tot reusachtige exemplaren waar je over een paar jaar onder kunt picknicken.

Ik moest dus plekken vinden die niet kaal waren gesnoeid en waar een boompje meer of minder niet direct op zou vallen.

Dat is lastig in Den Haag kan ik je vertellen. De meeste bermen waren namelijk net gemaaid en zo kaal als de schedel van Humberto Tan.

We parkeerden de auto en gingen op weg met bomen, papierprikker en vuilniszak. Jazeker, je leest het goed. Naast wildplanten deden we ook aan wild opruimen. Slechte dingen weghalen en goede dingen terugzetten. Zou dat rimpels veroorzaken?

Broer heeft wèl een tuin en wilde maar liefst 1 wilg adopteren. De kop was eraf, nog 49 te gaan.

Het was nog flink zoeken naar wild om in te planten. We liepen langs slootkanten met schep en bomen.

Verboden

Terwijl Broer speurde naar plastic en ander vuil, had ik nergens meer oog voor en zag alleen aarde en geschikte plekken. Natuurlijk keek ik regelmatig of ik geen andere mensen zag en ook dat is een uitdaging in Den Haag.

Het voelde inbreker-achtig. Alsof je op het punt staat iets illegaals te doen.

In gedachten hoorde ik al:

“Zo, zo mevrouwtje, wat zijn we hier aan het doen? U bent toch niet aan het wildplanten hè? Dat is verboden en daar krijgt u een bekeuring voor!”

Gelukkig kwamen we geen BOA’s tegen. We raakten heel wat boompjes kwijt langs de kant van verschillende sloten, maar hadden er ook aardig wat over.

We liepen weer over straat en ik zag overal voortuintjes waar ik zo een boompje in kwijt kon. De kans op picknicken over een paar jaar onder een volgroeide boom, leek me dermate klein dat ik het niet deed.

Tot slot waren we bij mijn vader in de buurt. Een briljant idee vormde zich in mijn hoofd. We staken stiekem wat wilgen in zijn voortuin en ook de laatste hulst en meidoorn vonden een nieuw thuis. Tenminste als het hulst en meidoorn zijn.

Omgekeerde diefstal, zou dat ook verboden zijn?

storm omgevallen boom

Stormt het ook in jouw leven?

In de winter kijk ik nooit naar het weerbericht. Het valt namelijk altijd tegen. Als de zon dan toch een keer schijnt dan voelt het alsof ik zomaar geld op straat vind. Briefjesgeld, welteverstaan.

Het is net als met verwachtingen. Heb je ze, dan wordt je vaak teleurgesteld. Heb je ze niet, dan is er een kans dat je af en toe blij verrast wordt. Ik verkies af en toe verrast worden, boven vaak teleurgesteld.

Ik heb dan ook geen idee wat er op ons afkomt. Pas als de school van mijn dochter mailtjes stuurt over code oranje en eerder sluiten omdat de tram niet meer rijdt, begin ik me af te vragen wat ik heb gemist.

Ze heet Eunice en oranje is haar kleur. Ok, maar wat betekent dat?

Gelukkig doen ze bij het KNMI aan storm voor dummies. Ik lees: bomen kunnen omvallen, losse dingen kunnen rondvliegen. Blijf thuis.

Aha.

stormt het ook in jouw leven

Storm Eunice

De wind raast om het huis met een huilend geluid. De storm geeft me een opgejaagd gevoel. Rusteloos wacht ik op wat er te gebeuren staat.

Donker en dreigend staat Eunice voor me, zoals mijn ex als hij boos was.

Net als toen, ben ik op mijn hoede. Hoe erg wordt het en wat gaat er kapot? Mijn inwendige barometer voelde altijd feilloos aan wanneer er thuis storm op komst was.

Ook toen vlogen er dingen door de woonkamer en moest ik oppassen niet te worden geraakt door de takken.

Bij code rood trok ik mijn schoenen aan en ging naar buiten, met mijn dochter onder mijn arm. Dan bleven we buiten tot de storm ging liggen en het risico op gevaarlijk weer was geweken.

Dit keer blijven we binnen. Hier zijn we veilig.

Het geluid zwelt aan. Dakpannen regenen van de kerk. Takken knakken.

Ik sta voor het raam en zie de boom voor mijn huis diep doorbuigen. Het is een wonder dat het vogelnestje aan de takken blijft plakken.

De buurman heeft een paar kano’s op zijn schuurtje liggen en Eunice kiest er een als speeltje. Ze pakte hem op en dreigt ermee te gaan gooien. Mijn auto staat precies in de werprichting en in gedachten zie ik de kano mijn voorruit versplinteren.

‘Sorry’ mompel ik, ‘mijn fout’. ‘Ja heel stom van me, je hebt gelijk’.

Door het stof gaan en toegeven dat je iets heel stoms hebt gedaan, kan kalmerend werken. Ook als je niks verkeerd hebt gedaan. Gelukkig voelt Eunice zich gehoord en legt de kano weer neer.

Als de storm de volgende dag is uitgeraasd, bekijk ik de schade. Het valt mee. De kano’s liggen alle drie nog op hun plek, de boom staat nog verticaal, het nestje zit nog op dezelfde plek.

Stormschade

Het is zaterdag en ik ga naar de Uithof voor mijn wekelijkse rondje.

Hier is het anders. Eunice heeft flink huisgehouden. Ze is haar zelfbeheersing verloren en is losgegaan. Een reus van een boom heeft ze uit de aarde losgerukt en omvergeworpen. De boom is daardoor over de sloot geklapt, waardoor het een brug lijkt.

Het is net een olifant die gestorven is. Je kunt er niet zomaar langslopen. Ik voel dat ik de boom respect moet tonen. Net als olifanten dat doen bij een gestorven soortgenoot. Ze staan er stil omheen en bedekken het lichaam met takken.

Andere wandelaars voelen blijkbaar hetzelfde en staan zwijgend even stil bij de boom. Sommigen knikken hem even toe.

Er zijn meer bomen losgetrokken, geknapt als lucifers. Takken liggen overal op de grond. Wandelen wordt zigzaggen tussen obstakels.

Ik vraag me ineens af waarom er storm is? Heeft storm een functie? Heeft niet alles op onze aarde een functie?

Is er storm om bomen die niet stevig geworteld zijn, omver te blazen? Om oude structuren die niet meer werken, kapot te maken? Om slecht functionerende relaties met de grond gelijk te maken?

Moeten sommige dingen helemaal kapot omdat het anders gefixt kan worden en blijft bestaan? Zodat je wel moet loslaten, omdat er niks meer is om vast te houden? Omdat je dat pas beseft als het met de grond gelijk is gemaakt en verpulverd aan je voeten ligt?

Ruimte ontstaat

In oude culturen werd storm ervaren als een gewelddadige uiting van goddelijke wil. Maar omdat storm evengoed de nodige regen bracht, zorgde hij ook voor vruchtbaarheid van het land.

Als een boom omwaait en ontwortelt, ontstaat er ruimte.

Het zorgt ervoor dat er iets nieuws kan groeien. Dat een ander boompje zijn plek kan innemen. Waar één deur dichtgaat, gaat een andere deur open.

Het valt me op dat mensen, na een storm in hun persoonlijk leven, vaak veranderen. Ook bij hen groeien er nieuwe boompjes op de kale plekken. Soms hele bijzondere boompjes, die alleen maar konden groeien nadat de storm ruimte voor ze had gemaakt.

Als storm een functie heeft, is er dan ook een bedoeling? Komt de storm om je een andere kant op te duwen of maakt hij slechts ruimte en groeit er vanzelf iets nieuws?

Gelukkig weet ik het antwoord op deze vragen niet. Heb ik weer wat om mee te wandelen.

“Stormy weather, while my baby and I where together”

patat wandeling

Ben jij een luie wandelaar? Dan is de patat-wandeling echt iets voor jou.

“Neehee, ik wil niet wandelen. Wandelen is zooooo saai. Ik word er moe van en mijn voeten doen pijn. Wat is er nou leuk aan wandelen? Maar echt?”

Ik hoor mezelf praten. Zeker veertig jaar lang was dit mijn tekst. Nu hoor ik hem uit de mond van mijn dochter en alle andere kinderen die ik ken.

Ik snap dat als geen ander.

Dingen kunnen veranderen. Ook als het luie kind in een luie vrouw is veranderd.

Iris en ik gingen laatst koffie drinken. De horeca was namelijk weer open na de zoveelste lockdown. Ik had in geen maanden koffie gedronken dus je snapt hoe graag ik mijn lip in het schuim van een cappuccino wilde dippen.

We kwamen bij een T-splitsing aan het strand en Iris vroeg, wil je de korte weg of de lange over het strand? De korte weg was tien minuten lopen.

Weet je wat ik zei?

Ja, echt!

En zij was het meteen met me eens. Wauw.

Wat zullen onze ouders trots zijn, dachten we tegelijkertijd. Vroeger dachten ze vast dat er niets van ons terecht zou komen. Niet dat wij dat ooit over onze kinderen denken.

We hadden het ook alvast over de prachtige erfenis die wij onze kinderen zouden geven over een jaar of veertig. Geen geld. Nee, iets veel mooiers.

Dit blog.

Wandelen met kinderen

Nu heb ik gemerkt dat je kinderen makkelijk kunt foppen. Dus als je het bovenstaande herkent en je wil toch wandelen met kinderen dan heb ik twee tips.

Tip 1: Leid ze af.

Doe alsof je iets gaat doen dat niets met wandelen te maken heeft. Ga bijvoorbeeld geocachen. Dat is een soort schat zoeken via GPS op je telefoon, zonder echt een schat te vinden.

Wat je ook doet, neem het woord wandelen niet in je mond! Als het echt niet anders kan, zeg je lopen.

Ondertussen ben je dus wel aan het wandelen, want je bent op schattenjacht. Best leuk voor een beperkt aantal keren.

Iris laat haar kinderen het tv-programma ‘Het Perfecte Plaatje’ nadoen. Ze geeft ze foto opdrachten in de natuur en je raadt het al, daarbij lopen ze van A naar B en met een beetje geluk ook nog naar C.

Tip 2: De gouden tip naar mijn idee.

Doe het niet! Laat ze thuis!

Je doet er echt niemand een plezier mee.

patat wandeling

Luie vrouw

Diep van binnen ben ik een luie vrouw die snel verveeld is. Mijn brein toont opvallend veel gelijkenissen met mijn puberdochter. Ze reageren hetzelfde als het gaat over opruimen, schoonmaken en beweging.

Beiden beginnen snel te zuchten, vinden veel dingen saai, irritant, vermoeiend. Ze schieten rap in de weerstand.  

Steeds hetzelfde rondje lopen vind ik oersaai, door regen overvallen worden als je wandelt behoorlijk irritant en lange afstanden lopen heel vermoeiend.

Ik klaag graag.

Gelukkig laten mijn hersens zich ook makkelijk foppen. En omdat ik veel slimmer ben dan mijn grijze massa, weet ik precies hoe ik mijn brein erin luis.

Als ik doe alsof we iets bijzonders gaan doen, dan gebeurt er iets in mijn brein. Er gaat een lichtje aan. Mijn wenkbrauwen gaan een stukje omhoog. “Oh, wat gaat er gebeuren? Gaan we iets nieuws doen?” fluistert het zacht in mij.

Als ik ergens een ding van maak, wordt het een avontuur. Die keer dat ik heel vroeg papier ging prikken of toen ik ging wandelen in de stromende regen maakte ik van iets gewoons iets spectaculairs.

Een paddenstoelenwandeling, een fotowandeling, een wandel-date. Mijn brein is zo afgeleid, dat het niet eens door heeft dat we wandelen. Het lijken allemaal gloednieuwe activiteiten. Mijn brein doet het goed op nieuw.

Hoe langer de rij, hoe beter

Laatst kwam er een nieuwe wandeling bij. Vriendin I. vertelde dat ze een vergelijkend warenonderzoek deed naar patat.

Wat een briljant idee!

I. heeft diverse patatzaken in Den Haag onderzocht en is tot de conclusie gekomen dat Bram Ladage de koning der frieten is. Ik was er nog nimmer geweest.

Ze vertelde dat Bram de frieten met de hand snijdt en elke dag in verse, speciale olie bakt. En dat je dat echt proeft. De frietjes van Bram vallen niet als een baksteen in je maag. Nee, ze worden met gejuich ontvangen.

Tot slot vertelde ze dat het bij Bram zo druk is, dat er altijd een rij staat.

Say no more! Als het over eten gaat, hou ik van rijen.

Ik heb namelijk een traditie. Op vakantie zoek ik altijd de specialiteit van die plek. In Lissabon bijvoorbeeld, wil je een Pastel de Nata eten. En dan niet zomaar een, maar de lekkerste van Lissabon.

Het liefst degene waar een lange rij voor staat, zodat je zeker weet dat het de lekkerste is. In die rij kun je je dan al verheugen op wat er gaat komen.

Hoe langer de rij, hoe beter.

Patat-wandeling

Vriendin I. beloofde dat ze me zou voorstellen aan Bram. Ik haalde haar op van werk. We zouden via Bram naar huis lopen. Een stuk wat ik al heel vaak gewandeld heb en inmiddels ietwat saai wordt.

Toch heb ik daar geen moment aan gedacht. Ik dacht alleen maar aan patat.

Heen nam ik de tram, maar om dat die wegreed voor mijn neus, besloot ik wandelend te wachten op de volgende tram.

Bij de tweede halte had ik hem te pakken.

De beloning van de wandeling kwam meteen aan het begin. Vriendin I. had gelijk. Goudgeel, knapperig, zout, vet en heet. De ideale combinatie, net als deze patatwandeling. De eerste keer dat ik zonder schuldgevoel patat at.

Ik voel een nieuw wandelthema aankomen. Culinaire wandelingen. Ook een soort schatzoeken.

De lekkerste macaron moet gevonden worden, net als het beste wijntje en het smakelijkste borrelplankje.

Stel dat je, net als ik, ook een luie wandelaar bent, dan is dit de ideale manier om je brein te foppen.

Mocht je tips hebben voor het lekkerste……… van Nederland, dan hoor ik die graag!

klompenpad stilte

Stilteweekend in Horssen

Zaterdagochtend. Ik loop op een klompenpad tussen de weilanden in Horssen (Gelderland). Mijn zus loopt achter me.

We zeggen niets tegen elkaar.

Het is makkelijker om achter elkaar te lopen als je niet van plan bent te praten. Een zwanenpaar vliegt over ons heen. Ik zie ze niet alleen, ik hoor ze ook.

Zij praten wel met elkaar.

Hun vleugels maken geluid. Als ik ze niet zou zien, zou ik denken dat er een ufo boven mijn hoofd cirkelt en zich klaarmaakt om te landen.

We lopen een bos in waar de bomen al hun blaadjes hebben laten vallen. Het geeft een spookachtige sfeer. Alsof alles wat leeft gestorven is en er alleen nog botten over zijn. Naakt staan ze nu. Nog altijd trots laten ze hun takken zien.

Het klompenpad leidt verder over onverharde paadjes langs een lange dijk. We vouwen ons onder het prikkeldraad heen en stappen een weiland in. Het heeft geregend waardoor het weiland is veranderd in een zompige modderpoel.

Zonder praten is het lastig elkaar te waarschuwen.

Ik probeer een koeienvlaai te ontwijken waardoor ik in een blubberig stuk stap en zie mijn voet verdwijnen. Ik hoop dat mijn voet op tijd zal stoppen met zinken. De ander volgt en bijna verlies ik mijn evenwicht. Ik schiet in de lach. Dit lijkt op wadlopen.

Praten doen mijn zus en ik niet, maar lachen doen we uit volle borst. Mijn broek die droog is gebleven tijdens het modderbad wordt van binnenuit nat. Ouderdom komt met gebreken.

Als we terug zijn bij het kerkje slaat de bel voor de lunch. Zwijgend schuiven we uit onze met modder besmeurde schoenen, aan tafel. De andere 6 deelnemers zitten er al.

Stilteweekend horssen

Stilteweekend

Gisteren stapte ik samen met mijn zus een prachtig kerkje in Horssen binnen voor een stilteweekend. Anne-Marie zwaait hier de scepter en laat ons, na een korte uitleg, achter in stilte.

Het programma bestaat uit meditatie, yoga en een stiltewandeling. Tussendoor heb je massa’s tijd voor jezelf. Iedereen is het hele weekend stil en doet zachtjes. Telefoon, boek en muziek laat je thuis.

Een heel weekend alleen maar voor jezelf zorgen en geen contact maken met de anderen. Werner, de kok, laat 3 keer per dag de bel rinkelen voor het eten. Je hoeft niet te wachten voor je begint te eten en als je klaar bent sta je gewoon op van tafel. Zalig!

Geen sociaal gedoe. Geen moeite doen om aardig gevonden te worden of de juiste gespreksonderwerpen aan te snijden. Geen blozende wangen als je aan de beurt bent om iets te zeggen.

Geen irritatie en ergernis.

Gewoon met mensen zijn die je niet kent en ook niet zult leren kennen.

Wat een opluchting voor ongemakkelijke types zoals ik.

Alleen maar op jezelf letten. Dat zouden meer mensen moeten doen, schiet het door mijn hoofd. Even denk ik Helga te horen.

Hannie

Een hoekige vrouw van begin zestig zit naast me aan de eettafel. Ik denk dat ze Hannie heet. Omdat we niet zijn voorgesteld is dit slechts een gok.

Ze staat met de opscheplepel in haar handen, op het punt om het bord van haar overbuurvrouw vol te laden met eten.

Overbuurvrouw wil graag zelf opscheppen, maakt ze duidelijk zonder woorden en dus wendt Hannie zich naar mij.

Ik ben bezig mijn stokbroodje te besmeren met kruidenboter en wil nog geen eten, dus weiger beleefd, in stilte.

Ergernis schiet tot over mijn wenkbrauwen.

Hannie heeft niet geluisterd naar de uitleg van Anne-Marie. Heel irritant.

Na het eten schuift ze haar stoel hard over de vloer als ze de eetkamer verlaat. Iedereen schiet een stukje omhoog. Mijn nekharen incluis.

Hannie blijkt luid te zijn zelfs als ze stil is.

Ze zucht en puft, elke keer als ik naast haar zit. Ik denk dat ik haar kunstgebit hoor verschuiven in haar mond. Of ze die heeft weet ik natuurlijk niet, maar als ze er een heeft dan zou het zo klinken.

Ik probeer om alleen op mezelf te letten, al lukt dat dus niet zo goed.

Hannie stampt door de kerk en laat de deur hard in het slot vallen.

Later blijkt dat ze in de kamer naast me slaapt. Ik hoor berichtjes op haar telefoon binnenkomen. Ik denk zelfs dat ik haar hoor praten. Op dag 2 begint ze te hoesten en te rochelen.

Stilteweekend Horssen

Mediteren

Mediteren doe ik al een tijdje, een paar jaar. Ik ben ervan opgeknapt. Ik ben niet meer zo akelig tegen mijn dochter als ik weer eens op haar moet wachten of als haar kamer eruit ziet als een oorlogsgebied.

Mediteren geeft me een soort pauzeknop waarop ik kan drukken als mijn inwendige thermometer op tilt slaat. Dan kan ik de situatie aanschouwen zonder er meteen op te reageren.

De draak die dan in mijn borst zit hoeft niet meteen zijn vuur te spuwen, maar kan wachten. Soms verandert de draak daardoor in een zeepaardje, het vuur in luchtbellen. Mijn dochter vindt het zeepaardje veel leuker, onze relatie is erop vooruit gegaan.

Door meditatie zijn er soms momenten dat er geen gedachten zijn. Parels van gelukzaligheid zijn dat.

Alsof het stof neerdaalt en ik dan pas echt kan zien. Met mijn ogen dicht dus.

Inzichten vallen dan als kwartjes. Sindsdien kan ik me beter inleven in anderen en ben ik oordeellozer. Gewoon een leuker mens.

Stilteweekend Horssen

Stilte

De volgende dag zit ik weer aan de eettafel. Ik heb dorst, maar zit ver weg van het water. Hoe krijg ik het water naar me toe zonder contact te maken met mijn stilte collega’s?

Ik bedenk me dat ik het water vandaag maar oversla. Drinken kan straks ook.

Halverwege de maaltijd schuift een leeftijdsgenoot in gekleurde yogalegging me het water ongevraagd toe. De zon breekt door op haar gezicht. Ze lacht me toe. Ik begin te glimmen en voel me ontzettend gezien!

Er valt een kwartje.

Ze doet precies hetzelfde als Hannie. Ze breekt de zorg-voor-jezelf regels en de maak-geen-contact-met-anderen-regels.

Hannie is niet het probleem. Ik ben het probleem!

Compassieloos en oordeelvol. Ik schaam me.

Diep.

Hannie heeft het vast niet makkelijk. Daarom puft en zucht ze zo. Ze is een beetje onhandig, maar ze zorgt graag voor anderen. Ze gaat pas eten als iedereen zit. Dat zit in haar DNA.

Opgelucht haal ik adem. Het is duidelijk dat ik nog wat meer moet oefenen. Er zit niets anders op, ik moet hier gauw terugkomen. Niet voor mezelf, maar voor de samenleving. Dat is mijn offer.

Inwendig juich ik. De stilte is verslavend.

zonsopgang strand opruimen

Opruim avontuur in Meyendel

Mijn broer stuurde me een inspirerend filmpje van Beau Miles, een Australische avonturier die hele aparte dingen doet en die dan filmt. In het betreffende filmpje wilde Beau laten zien hoe veel je eigenlijk kunt doen in 24 uur.

Hij besloot om in ieder geval een marathon te rennen en liep elk uur een rondje van ongeveer 2 km. In de tijd die overbleef wilde hij een hele waslijst aan klusjes doen.

Bij het eerste rondje kwam hij onderweg veel rotzooi tegen, daarom besloot bij bij het volgende rondje een tas mee te nemen om de troep op te ruimen.

Verder plantte 24 bomen, maakte een tafel, bakte brood, maakte soep, verfde de schutting, maaide het gras en deed nog veel meer klusjes die hij al heel lang had uitgesteld.

Ik laat me graag inspireren door inspirerende filmpjes.

Toen ik klaar was met het filmpje borrelde het aan alle kanten en besloot ik om na twee jaar eindelijk eens mijn slaapkamerdeur te verven en de plinten dan meteen mee te nemen.

Daarna ging ik op zoek naar andere klusjes en vroeg me af hoe mijn leven eruit zou zien als ik alles meteen zou doen i.p.v. het uit te stellen tot het echt niet anders kon. Dat beeld overweldigde me nogal.

Ik zou heel actief en fit zijn, vast ook heel succesvol. Ik werd al moe bij het idee.

Opruimen

Intussen appte ik mijn broer. We zouden namelijk gaan wandelen en ik had een idee. Een briljant idee, kan ik wel zeggen.

Ik: “Zeg, zullen we een vuilniszak meenemen op onze wandeling en dan de troep opruimen onderweg?”

Als antwoord stuurde hij een foto met daarop een papierprikker en een vuilniszak. Great minds think alike.

Hij: “Gaan we dan om 06.00 uur weg?”

Ik: “Dan is het nog donker en zien we de troep niet.”

Pfffff, daar kwam ik goed mee weg. Dacht ik. Maar nee, het was nog niet klaar.

Hij: “Hoofdlampje en klaar.”

Ik: “Ik voel geen enthousiasme opborrelen. Waarom zouden we dat doen? Ik heb vakantie! Heb je een goede reden? Overtuig me.”

Hij: “Comfortzone. Beetje à la Beau toch?”

Shit….daar ben ik gevoelig voor, voor die comfortzone.

Meyendel

Zo vertrokken we vrijdagochtend vroeg, heel vroeg, richting Meyendel. Hoofdlamp op, vuilniszak en papierprikker in de hand. Rommel opruimen tijdens het wandelen werd zomaar een avontuur.

Er was niemand op straat. En wie wel op straat was keek ons vreemd aan. De politie reed zelfs meerdere keren langs. Verdachte toestand natuurlijk, twee van die types met een hoofdlamp op. Inbrekers misschien?

We vonden van alles. Veel randjes reflectiedraad (vast van hardloopgereedschap afgevallen), een kussen, prikkeldraad, oud ijzer, lege en volle flesjes. Op beschutte plekken vonden we vooral veel papier.

Wandelaars die met hoge nood de bosjes in waren geschoten en vergeten waren hun rugzak goed in te pakken. Elke vondst werd met enthousiasme begroet. Plastic leverde bonuspunten op. Rotzooi opruimen werd schatzoeken.

We vonden roze handschoenen, een verroeste fietssleutel en een bevlekt camouflageshirt met gaten erin.

“Uh, ik hoop dat we geen bewijsmateriaal meenemen nu. Zouden dat kogelgaten zijn?”

We kwamen steeds meer mensen tegen. Eerst een verdwaalde fietser, later hardlopers en wandelaars. Twee hardlopers kwamen ons juichend en met opgeheven armen tegemoet. “Wauw wat zijn jullie goed bezig zeg! Gaaf dat jullie dit doen.”

Anderen knikten ons bemoedigend toe, maar de meesten deden net alsof ze ons niet zagen. Het is natuurlijk nog steeds Den Haag en in Den Haag is het de officiële omgangsvorm om elkaar niet aan te kijken en geen gedag te zeggen.

We liepen een heel stuk over het strand en kregen een beloning, een magische zonsopgang in roze, oranje, paars en geel.

Daarna worstelden we ons tussen duindoornstruiken met heftige punten door, die hapjes uit mijn been, maar ook uit de zak namen.

Volle vuilniszak

Het resultaat was, dat onze behoorlijk volle vuilniszak van onder scheurde en de inhoud er weer uitkwam.

Dilemma: hoe ver ga je om de wegwaaiende rotzooi, die je al had opgepakt, weer terug in de zak te krijgen?

En wat als het een wc-papiertje is, met bruine vegen? We besloten overal toch maar achteraan te gaan. Als je op avontuur bent, kun je natuurlijk geen onderscheid maken.

De zak zat vol en was vooral zwaar door het kussen wat zich vol had gezogen met water. We liepen duin op en af met zware bepakking. Het werd een beproeving. Behoeften veranderen als het lastig wordt, heb ik gemerkt.

Normaal heb ik altijd behoefte aan lekkere koffie of een stukje chocolade. Toen ik het Pieterpad liep, was het enige waar ik aan het einde van de dag ècht naar verlangde, een stoel. Ook dit keer was het geen cappuccino die op nummer 1 stond.

Het was een prullenbak. Gelukkig hebben ze die in Meyendel.

Moe maar vervuld besloten we dit avontuur. Avonturen blijken namelijk nog leuker te zijn, als je de wereld net iets mooier achterlaat als dat je hem vond.

Prik je een papiertje mee, de volgende keer?

Terugblik: 2021, wat een jaar!

In januari vorig jaar had ik nooit meer dan 10 kilometer achter elkaar gelopen. In diezelfde maand borrelde het verlangen op om het Pieterpad te lopen en in plaats van uitstellen, zoals ik de meeste dingen in mijn leven doe, plande ik.

Ja inderdaad, onder de nodige druk.

Oefenen met lange afstanden leek slim, mijn eerste 40 kilometer wandeling volgde een maand later. Het was een ware lijdensweg, maar het lukte. Ik had zeker een week nadien nog spierpijn en verloor mijn eerste teennagel ooit.

Toch was dat het allemaal waard, want ik voelde me zo stoer dat ik zeker 10 centimeter groeide.

Ik wandelde in de winter, door een berg sneeuw, bij temperaturen onder nul. Het was prachtig om te zien hoe al het bekende bedekt werd onder een witte laag en er daardoor nieuw uitzag.

Schaatsen

Langs bevroren vijvers waar mensen in grote getalen aan het schaatsen waren of met sleeën de heuvel afgleden. Door de lockdown waren de schaatsen niet aan te slepen, de sleeën uitverkocht. Ik weet er alles van, want ik greep mis.

Ik kan me niet herinneren dat ik ooit zoveel mensen tegelijk aan het schaatsen heb gezien. Een blik terug in de tijd toen er nog geen bioscopen, theaters en restaurants waren en je jezelf moest vermaken met wat er was.

Een man met een muziekinstallatie schoof rond op het ijs, intussen Hollandse hits meezingend door zijn microfoon. Alsof er weer een festival was. Thuis met gloeiend rode wangen was ik nog uren aan het nagenieten.

schaatsen

Avontuur

Met Iris liep ik in de lente in Limburg, een heuvelachtige tocht. Onze eerste wandelvakantie ooit.

We liepen van lunch, naar borrel, naar diner. Tussendoor flink omhoog zwoegend en puffend. Een geweldige combinatie als je het mij vraagt. We eindigden in Maastricht, waar we shoppend nog op diverse terrassen neerploften.

In Rhenen waar we in een overstroming terechtkwamen en daar geen genoegen mee namen.

We deden onze schoenen uit en gingen op blote voeten de strijd met het water aan. Broeken rolden we op en toen het water onze bilspleet naderde, deden we ze maar uit.

Avontuur in onderbroek.

Ik had een heel klein exemplaar aan die dag en heb heel wat wenkbrauwen zien optrekken.

Nieuw geluk

Heel Den Haag en omstreken doorkruiste ik en kwam op plaatsen waar ik nog nooit was geweest. Ik liep als het regende, toen het stormde, in de zomerhitte en in het aardedonker. Het bracht nieuwe avonturen, nieuw geluk.

Ik liep met veel verschillende mensen en ik liep alleen. Ondertussen voerde ik fantastische en kwetsbare gesprekken, vond nieuwe vrienden en mooie inzichten.

Gewoon voor het oprapen.

In september begon ik aan het Pieterpad, 250 kilometer in twee weken. Het was hel en hemel tegelijk. Ik liep tegen de beperkingen van mijn eigen lichaam aan en kreeg er tegelijk groot respect voor.

Hoe tof is dat je lichaam zichzelf herstelt, terwijl je loopt!

Geraakt werd ik door de soms oogverblindende natuur, de vriendelijkheid van vreemden en de bijzondere ontmoetingen.

Ik werd mijn eigen beste vriendin. Liep spaties tussen mijn gedachten en speling in mijn dag. Ik werd fit en zette 4.001.860 stappen, omgerekend ruim 2900 kilometer. Dat is bijna het Te Araroa pad!

Ontdekkingen

Bovenal ontdekte ik dit jaar, dat er avontuur in je achtertuin te vinden is. Aan het einde van je comfortzone.

Gewoon door te doen wat je normaal niet doet. Door je schoenen uit te trekken als de weg onder water is gelopen. Door je regenjas aan te trekken en naar buiten te gaan als het met bakken uit de hemel komt.

Door net te doen alsof je sportief bent.

Ik ontdekte ook dat je op een doordeweekse dag en zelfs in eigen stad, het gevoel kunt hebben dat je op vakantie bent. Door een charmante route te lopen in onbekend gebied.

En dat je alles wat je tegenkomt als je wandelt, ook in in je echte leven tegenkomt. Storm en zonneschijn, geluk en tegenslag. Twee kanten van dezelfde medaille want, zonder regen geen regenboog.

Lieve lezers, ik wil jullie bedanken voor het aanlezen van onze verhalen. Zonder publiek begint een schrijver niets. Omdat ik van schrijven zielsgelukkig word, is dat een groot geschenk.

Ik wens jullie een bijzonder 2022 toe vol nieuwe avonturen! Wij blijven de onze in ieder geval graag met jullie delen.

paddenstoel

Zo gaan schimmels de wereld redden

Tijdens een weekendje weg in Brabant zag ik de docu ‘Fantastic Fungi’ op Netflix. En fantastic zijn ze! Fungi oftewel schimmels, blijken de oplossing te zijn voor alles.

Schimmels zijn niet populair. Ik denk meteen aan mijn dochters broodtrommel die na de vakantie altijd uit een vergeten tas komt. De boterhammen die ik met liefde voor haar smeerde, zijn onaangeraakt retour gekomen.

De inhoud van de trommel is onherkenbaar, maar altijd groen en vacht-achtig.

Natuurlijk veroorzaken schimmels meer leed. Denk aan voetschimmel, jeukende vaginale schimmelinfecties en zwart uitgeslagen badkamerschimmel.

Ze zijn dus onaantrekkelijk. Smerig zelfs.

Schimmels zijn de recyclers van de aarde. Behalve mijn dochters boterhammen opruimen, doen ze meer. Ze breken alles wat dood is af en maken er weer voedingsstoffen van, die terug de grond in gaan.

Ze kunnen zelfs olie opruimen.

Zonder schimmels zouden we letterlijk tot aan onze nek in de poep, dode dieren en plantenresten zitten.

Mycelium

Fungi bestaan uit een heel netwerk van draden, mycelium genoemd. Die draden verbinden alle bomen ondergronds met elkaar. Het mycelium zelf zie je dus niet, maar de vruchten, paddenstoelen, zie je natuurlijk wel.

En let op, hier komt hun fantastische aspect.

Bomen communiceren met elkaar via het mycelium. Ze wisselen informatie en voedingsstoffen uit en vertellen elkaar welke plagen er op komst zijn. Zo zorgen ze voor elkaar.

Moederbomen blijven via het dit netwerk, wat ook wel Wood Wide Web genoemd wordt, contact houden met hun kinderbomen. Toch zorgen ze niet alleen voor bomen van hun eigen soort.

Als een boom dood dreigt te gaan, willekeurig van welke soort, proberen de andere bomen hem te redden door iets van zichzelf af te staan.

Boompjes die niet genoeg licht krijgen, omdat ze in de schaduw staan, krijgen bijvoorbeeld koolstof gedoneerd van een vriendelijke, collega boom.

Bomen zijn een stuk edeler dan mensen. Ze maken geen onderscheid.

Kunnen we wat van leren.

Schimmels zijn misschien een oplossing voor klimaatverandering, omdat ze koolstof absorberen en ondergronds opslaan. Ze kunnen virussen overwinnen, omdat ze constant oorlog voeren om met bacteriën en virussen voor voedsel.

Ze zorgden zelfs voor ons eerste antibioticum, penicilline!

Ook voor dieren zijn ze redders in nood. Neem de honingbij. Door honingbijen specifieke fungi te voeren, verbeterde het bijen-immuunsysteem en overleefde ze bij-pandemieën.  Het gevolg: 45.000 keer minder virus in de bijenpopulatie.

Wie weet volgt er wel een fungicampagne. Komen wij er ook nog eens van onze pandemie af.

Begrijp je mijn enthousiasme me al? Maar er is meer.

Psilocybine

Zo’n 140 soorten schimmels, de paddo’s, maken het psychedelische stofje psilocybine. Psilocybine heeft de hersenen van onze voorouders mogelijk verdrievoudigd – volgens de ‘stoned ape’-theorie.

Psilocybine zorgt voor de aanmaak van nieuwe neuronen in de hersenen en helpt bij de behandeling van Alzheimer, maar ook tegen verslaving, trauma’s, PTSS en depressie.

Niet slecht hè?

De schimmeldraden van mycelium groeien zeer dicht om elkaar heen. Deze eigenschap zorgt ervoor dat je met mycelium elke mogelijke vorm kan creëren. Het materiaal is waterdicht, vuurbestendig, CO2 neutraal en enorm sterk.

Het wordt gebruikt om bouwmaterialen van maken, je kunt je huis ermee isoleren. Het is een alternatief voor plastic en voor leer.

En misschien wel het belangrijkste van alles: zonder schimmels geen kaas, bier en wijn.

En dit is wat de wetenschap al ontdekt heeft. Maar stel je eens voor wat er allemaal nog ontdekt moet worden.

Heb ik overdreven? Zijn fungi niet fantastisch?

Paddenstoelenwandeling

De volgende ochtend liep ik door het bos en je raadt al waar ik naar op zoek was. Paddenstoelen! Ze waren er in overvloed. Ik maakte er een paddenstoelenwandeling van, verandering van spijs doet immers eten.

Jammer eigenlijk dat ik geen paddenstoelen lust.

Inmiddels ben ik fan van paddenstoelen en ik ben niet de enige. Er zijn heuse mycologische clubs.

Paddenstoelengroupies. Wie weet word ik er ook een.

En mocht je nou geen tijd of zin hebben in een boswandeling, kijk dan in ieder geval Fantastic Fungi op Netflix.

wadlopen oesters eten terschelling

Must do op Terschelling: Wadlopen en oesters eten.

Afgelopen zomer was ik voor het eerst op Terschelling. Nou ja, in mijn volwassen leven dan. Terschelling is een Waddeneiland in de Waddenzee.

Uh ja, waarom vertel je dat?

Nou mijn moeder is erg enthousiast over Terschelling maar over ‘het wad’ is ze simpelweg euforisch. Ze kan er uren over praten.

Ze vindt het magisch dat je op de bodem van de zee loopt, die zes uur later weer zee is. Dat je allemaal beestjes ziet, die normaal zwemmen in de zee. En dat een boot blijft steken op het zand en je er naar toe kunt lopen.

Ze vergeleek het zelfs met de ervaring van Mozes, toen God de zee voor hem spleet. Echt.

Er is ook een docu over. Over het wad dan, niet over Mozes en de gespleten zee. Je snapt het, wadlopen kon ik niet ont-lopen.

Eerlijk gezegd begreep ik het enthousiasme nog steeds niet helemaal. Natuurlijk was ik wel nieuwsgierig naar welk wonder tot nu toe voor mij verborgen was gebleven. Zou ik weer op iets als de eenzame boom in Hee stuiten?

Ik pakte het serieus aan en boekte een wadlooptocht met oesterproeverij, met gids bij Puur Terschelling. Als ik heel eerlijk ben, trokken de oesters me over de streep.

Als ik nog eerlijker ben dan boekte ik de oesters en nam de wadlooptocht op de koop toe.

wadlopen oesters eten terschelling

Wadlopen

Voor aanvang zocht ik laarzen uit. Daarna stapte ik achter de gids aan met een boel andere deelnemers in zijn kielzog.

We klommen over de dijk, slalommend tussen de schapen die de dijk kort gemaaid houden. Langs de rotsen naar beneden.

Ik was verbaasd over de stilte die daar op me lag te wachten. Opvallend omdat het hoogseizoen was en daardoor erg druk op de rest van het eiland.

De gids waarschuwde dat het eerste stukje van het wad nog weleens de consistentie van drijfzand kon hebben. Mocht je weggezogen worden, dan moest je hard roepen en kwam hij je redden.

De eerste stap die ik deed, zakte ik tot 2 centimeter onder het randje van mijn laars, het slijk in. Ik hield mijn adem in en hoopte dat ik niet verder zou zakken.

Het was de bedoeling dat ik met mijn laars het wad in zou lopen, maar het scheelde niet veel of het wad kwam mijn laars inlopen.

Het geluk was aan mijn zijde, want de inhoud van mijn laars bleef droog. Ik zag een vrouw naast me haar evenwicht verliezen en voorover vallen. Met haar neus in het wad. De gids was erg druk, maar kreeg de groep uiteindelijk op het droge.

Hij liep voorop en vertelde hele interessante dingen. Dat Zeeuwse mosselen helemaal niet uit Zeeland komen, maar voornamelijk in de Waddenzee groeien.

Nadat ze geoogst zijn worden ze afgespoeld in Zeeland en op de markt gebracht. Vanaf dat moment zijn het Zeeuwse mosselen.

Hij liet ons allerlei beestjes zien. Krabben, zowel levend als dood. Soms niet van elkaar te onderscheiden tot je heel dichtbij komt en je plots in je teen gehapt wordt.

Kwallen in grijs, bruin en Larimar blauw. Kinderen hadden stokjes gestoken in sommige kwallen, waardoor ze leken op kleine verjaardagstaartjes met een kaarsje erin.

Oesters

Midden op het wad vond hij kokkels, die hij ter plekke opende en uitdeelde aan de deelnemers om rauw (lees: levend) op te eten. Ik overwoog om mijn eerste trek te stillen met een kokkel, maar dacht dat de oesters nu niet lang meer op zich zouden wachten en besloot te wachten.

Intussen vroeg ik me af hoe het zou gaan met de oesters. De gids had geen tas bij zich, dus waar zou hij ze vandaan halen? Zou hij ze uit een net halen? Vang je oesters eigenlijk met een net? Of moesten we ze zelf rapen of plukken?

De dressing die op de oesters gaat vind ik altijd bijzonder lekker. Ik raakte bezorgd. De gids had duidelijk geen flesje dressing bij zich. Zouden oesters wel lekker zijn zonder dressing? Nee, zeker niet, kwam ik tot de conclusie.

Inmiddels had ik de andere helft van zijn reuze interessante verhaal gemist met al dit gepeins. Iets met spingtij en doodtij.

Een uur later naderden we de kust weer en had ik nog geen oester gezien. Teleurgesteld liep ik terug en spoelde het zand van mijn laarzen. Ik had spijt dat ik niet tenminste die kokkel had opgeslokt

Alsof hij mijn gedachten las, vroeg de gids eindelijk of we trek hadden.

Hij had namelijk hele bakken vol verse oesters, die ter plekke werden geopend. Er waren koude oesters, maar ook warme. Die minstens net zo lekker waren als de koude. Ik at er zeker 10, de dressing was subliem. Er was zelfs wijn!

Geluk zit in een klein hoekje. Dit keer op een eiland in een schuur.

Inmiddels ben ik ook euforisch over wadlopen. Zet het bovenaan je Terschelling lijstje. Natuurlijk wel mét oesters en wijn.